Net als opa wil ook Zoë Huijzer (11) de beste zijn. De kleindochter van Lee Towers heeft het letterlijk tot Europees kampioen Tang Soo Do geschopt. De liefde voor een vechtsport heeft ze niet van een vreemde. Opa Leen Huijzer (beter bekend als Lee Towers) lag in zijn jonge jaren ook geregeld op de mat.
Lee Towers is apetrots als hij zijn kleindochter in de armen sluit die net Europees kampioen Tang Soo Do, een Koreaanse vechtsport, is geworden. De 11-jarige Zoë Huijzer neemt de knuffel met een stralende lach in ontvangst. ,,Als je haar zo ziet, denk ik ‘ wat een poppie’. Maar als ze laat zien wat ze in huis heeft, val je van je stoel af”, zegt opa.
Trainer Rob Salm, tevens eigenaar van de sportschool Huk-Tti aan de Zaagmolenstraat in het Rotterdamse Oude Noorden waar Zoë drie keer in de week traint, verklaart haar succes. ,,Ze is ontzettend gedisciplineerd en leergierig. Als de kinderen hier de eerste keer niet huilend van de mat lopen en de handdoek letterlijk in de ring gooien, dan weet je dat ze uit het juiste hout gesneden zijn.” Ondanks de tientallen blauwe plekken die ze al heeft opgelopen, stapt ze keer op keer de mat op om de Koreaanse vechtsport, die voornamelijk uit karateschoppen bestaat, te beoefenen.
Het volgende doel, het WK in Zuid-Afrika, heeft ze al haarscherp in het vizier. Leen: ,, Opa wilde ook de beste zijn en daar moet je discipline voor hebben. Dat heeft ze van huis uit meegekregen.” Ook de liefde voor een vechtsport blijkt ze niet van een vreemde te hebben. Haar vader, de zoon van Leen, beoefent al jaren taekwondo en werd Nederlands kampioen.
De zanger lag vroeger zelf ook geregeld op de mat. Jaren zat hij op judo en boksen. Ook binnenshuis werden er geregeld rake klappen uitgedeeld. ,,Ik groeide op met vijf broers, dat was altijd knokken. We hadden een paar bokshandschoenen. We trokken er dan allebei eentje aan, de andere hand op de rug en een balk op de deur van de kamer, zodat je niet weg kon”, blikt de zanger met een grijns terug.
Nog steeds is hij drie keer per week in de sportschool te vinden. Hij daagt zijn kleindochter dan ook graag uit om een partijtje te sparren in de ring. ,,Sla maar zo hard als je kan”, roept hij naar zijn kleindochter. Zoë aarzelt, ze wil opa niet gevloerd zien gaan. Dan verschijnt er een vervaarlijk uitziende blik in haar ogen. Terwijl er een oerkreet klinkt, beukt ze hard in opa’s buik die op zijn beurt niet terugdeinst. ,,Ik ben van beton, hier kom je toch niet doorheen.”
Bron: AD.nl